Signaleren van problemen of ontwikkelingsachterstanden
Als er vragen, twijfels en onzekerheden zijn over de opvoeding en/of ontwikkeling van een kind, kan kinderopvang een algemene preventieve functie vervullen.
Dat wil zeggen dat voorkomen kan worden dat problemen zich ontwikkelen door bijvoorbeeld het vroegtijdig onderkennen van ontwikkelingsstoornissen.
Kindernet is van mening dat signalering tot het werkterrein van kinderopvang behoort. Hulpverlening, educatie, het stellen van een diagnose en screening overschrijden de grens en behoren dus niet tot het werkterrein van kinderopvang.
Signaleren wil zeggen dat pedagogisch medewerkers tekenen of signalen opmerken die mogelijk te maken hebben met afwijkend gedrag of met een afwijking van de normale ontwikkeling. Door hun opleiding en ervaring in het werken met kinderen in een bepaalde leeftijdsgroep, zijn pedagogisch medewerkers in staat kinderen op te merken die zich anders gedragen of ontwikkelen dan hun leeftijdsgenootjes.
Indien een pedagogisch medewerker zich zorgen maakt over de ontwikkeling of het gedrag van een kind, zal ze dit eerst met de regiocoördinator overleggen. We kiezen ervoor het vermoeden eerst met een leidinggevende te bespreken voordat we dit met ouders doen, omdat de vraag wat eigenlijk normaal is een belangrijk element vormt in de discussie over signalering.
De pedagogisch medewerker heeft de mogelijkheid om twijfels te bespreken en gezamenlijk vragen af te stemmen als:
Weet ik het wel zeker?
Maak ik ouders niet onnodig ongerust?
In hoeverre is het gedrag fasespecifiek (zindelijkheid, koppigheid)?
Lijken de zorgen terecht/wezenlijk, dan worden deze zo spoedig mogelijk gedeeld met de ouders.
Het uitwisselen van ideeën en ervaringen kan beide partijen ondersteunen in de aanpak van het kind. In overleg met de ouders wordt dan het vervolgtraject afgelegd.
Bij een vermoeden van kindermishandeling wordt dit eerst besproken met de regiocoördinator en de directeur. Daarna wordt indien nodig aangifte c.q. melding gedaan bij (één van de) daarvoor bevoegde instanties. Er wordt gehandeld volgens een binnen de organisatie vastgesteld protocol. Dit protocol is op te vragen bij de regiomanager of de centrale administratie.